The Mountains are calling and I must go
De avond ervoor ligt alles al klaar in het kleine AirB&B appartement net buiten Interlaken met zicht op de Thunersee. Op tafel ligt de rugzak opengevouwen terwijl ik nog één keer controleer of alles mee is. Extra shirt, jas, drone, opgeladen actioncam, accu’s, wat proviand. Alsof je niet alleen spullen inpakt, maar ook langzaam mentaal aan die berg begint. Voor het slapengaan kijk ik nog even naar buiten. Hoog boven in de verte ligt ergens de Schilthorn, onzichtbaar in het donker, maar wel aanwezig in gedachten. Morgen gaat het gebeuren.
De wekker gaat vroeg, buiten hangt die frisse berglucht die meteen wakker maakt. Eerst een stevig ontbijt, broodjes, yoghurt, koffie, genoeg om straks iets van reserve in de benen te hebben. Daarna nog een lunchpakket maken, extra water mee, wat snacks in de zijvakken van de rugzak. Je weet vooraf al dat dit geen wandeling wordt waarbij je onderweg even ontspannen fluitend omhoog loopt. Niet veel later rijd ik richting Stechelberg. Bij het station stap ik de kabelbaan in richting Mürren. Langzaam glijdt het dal onder me vandaan. En ergens tussen Stechelberg en Mürren verandert het gevoel ongemerkt van voorbereiding naar avontuur.
Aangekomen in Mürren geniet ik meteen weer van dit heerlijke dorpje, de mooie houten en halfstenen huizen, de stilte van de ochtend en de bergen die mij dat bijzondere gevoel van rust geven. De lucht is helder, bijna vriendelijk, voor een paar minuten voelt het alsof dit gewoon een stevige wandeling wordt. Een mooie dag in Zwitserland, een pad omhoog, een rugzak op je schouders en een doel in de verte. Maar, deze berg gaat zich niet zomaar gewonnen geven.
Toen ik een jaar eerder boven op Bryndli stond, keek ik vanaf grote afstand naar de Schilthorn. Zo’n top die je ziet liggen en waarvan je denkt: ooit wil ik daar ook naar toe wandelen. Vandaag is die dag eindelijk gekomen. Goed voorbereid, route uitgezocht via Komoot, wetend dat het steil zou worden. Op papier klinkt 1300 hoogtemeters in acht kilometer nog bijna beheersbaar. Tot je daadwerkelijk begint te lopen.
De eerste meters buiten Mürren zijn nog breed en overzichtelijk. Maar dat verandert snel. Het pad versmalt, de helling trekt meteen stevig omhoog en de berg laat direct voelen wie hier de baas is. Ik laat de drone even vliegen, eens kijken of ik de steilheid van de wandeling in beelden kan vatten. Grindpaden met soms percentages van vijfentwintig procent en meer. Eerst denk je nog: prima, even ritme vinden. Maar naarmate de klim doorgaat nemen je benen het gesprek langzaam over van je hoofd. Je ademhaling wordt zwaarder, je stappen korter. En ergens onderweg verdwijnt het idee dat je nog ontspannen om je heen kunt kijken. Toch blijf je kijken, je kunt niet anders, het is zo mooi hier.
Want juist als het zwaar wordt, opent Zwitserland zich weer op die bijna onwerkelijke manier. De Eiger, de Mönch en de Jungfrau verschijnen telkens opnieuw tussen de rotspartijen en groene bergweiden. Alsof ze je volgen tijdens de klim. Groot, stil en onaantastbaar. Soms stop je niet eens omdat je wilt rusten, maar gewoon omdat het landschap je dwingt om even stil te staan.
Een groot deel van de route ligt boven de boomgrens. Rotsen, grasvlaktes, smeltwater, stilte. Nauwelijks andere wandelaars. Soms voelt het bijna alsof je alleen bent achtergebleven in een enorme wereld van steen en lucht. In de verte is Birg zichtbaar, het tussenstation van de kabelbaan naar Schilthorn. Hij lijkt langzaam dichterbij te komen, al blijkt dat in werkelijkheid behoorlijk mee te vallen. Bergen spelen graag met afstanden.
Na ongeveer drieënhalve kilometer vlakt het gelukkig iets af. Niet vlak natuurlijk, Zwitserland kent daar zijn eigen definitie van. Maar de ergste percentages verdwijnen even naar de achtergrond. Bij de Speichersee neem ik een pauze. Een kunstmatig bergmeertje, maar op zo’n plek maakt dat niets uit. Het water ligt stil tussen de toppen en overal om je heen ontvouwt zich een panorama dat bijna te groot voelt om helemaal in je op te nemen. Even zitten, iets eten en alleen maar kijken en genieten. Iets verderop de drone weer omhoog in een poging om de schoonheid om mij heen vast te leggen op beeld. Dan weer door, er ligt nog sneeuw langs het pad, prachtig!

Ergens vanaf Grauseeli verandert de wandeling opnieuw van karakter, ik bekijk het meertje van boven af, nog even had ik het idee om daar naar toe te wandelen. Maar dan moet je ook weer omhoog, laat ik dat niet doen want het vriendelijke deel van de berg is voorbij. Het pad wordt ruwer, smaller en steiler. Regelmatig rond de dertig procent stijging, over losse stenen en rotsen waar je goed moet kijken waar je je voeten neerzet. Ik zal eerlijk zijn: dit had ik onderschat. Tijdens de voorbereiding heb ik filmpjes bekeken en verslagen gelezen waarin gesproken werd over “goed begaanbare paden”. Als dit goed begaanbaar heet, ben ik benieuwd wat men moeilijk noemt.
Er komen stukken waar staalkabels langs de rotsen hangen voor extra houvast. Een uitgehakte stenen trap. Een smalle passage over een soort bergkam, links en rechts de diepte. Nergens echt gevaarlijk, maar wel genoeg om je volledig scherp te houden. Hier ben je niet meer bezig met mooie beelden voor de camera of met grootse gedachten. Hier gaat het simpelweg over de volgende stap zetten. En daarna nog één en nog één. De geschilderde pijlen op de rotsen volgen, goed kijken waar je loopt.
Soms kijk ik omhoog naar Piz Gloria en lijkt het alsof die top nauwelijks dichterbij komt. En eerlijk gezegd waren er momenten waarop ik het echt zwaar had. Momenten waarop ik vooral bezig was met ademhalen, klimmen en doorgaan. Niet romantisch, niet stoer, gewoon echt heel erg zwaar. Maar vreemd genoeg zit daar ook iets moois in. Omdat de berg je langzaam terugbrengt naar eenvoud. Geen afleiding, geen haast, geen werkgedachten of andere zaken in je hoofd. Alleen jij, het pad en de keuze, de wil, om door te lopen.
Dan uiteindelijk dat laatste steile stuk, de top ligt niet langer ergens hoog boven je, maar opeens vóór je. Alsof de berg na al die uren eindelijk besluit je binnen te laten. Die laatste meters klim ik bijna rustig. En dat is niet omdat er nog veel energie over is, maar omdat het moment zichzelf vertraagt, dat bijzondere gevoel dat je bijna boven bent en het hebt gehaald.
Op de top in Piz Gloria aangekomen ga ik buiten op een bankje zitten. Ik haal een broodje uit de rugzak en geniet van het uitzicht over een wereld die alle kanten op open lijkt te vallen. Hier werd ooit de James Bond film On Her Majesty’s Secret Service opgenomen, en ergens begrijp je meteen waarom. Het voelt iconisch, maar tegelijk ook verrassend rustig en stil. De wind, de bergen, de sneeuwresten in september, de enorme ruimte om je heen. Alles wat onderweg zwaar was, valt langzaam van je af, een emotioneel moment.
Later neem ik de kabelbaan terug naar Mürren. Terwijl de gondel langzaam daalt kijk ik door het raam naar het pad dat ergens beneden tussen de rotsen door slingert. En dan verschijnt vanzelf die tevreden glimlach. Dat heb ik dan toch maar mooi weer gewandeld. Niet omdat het makkelijk was, nee juist omdat het dat niet was.
Misschien is dat uiteindelijk wat ik echt meeneem van zo’n dag. Niet alleen de uitzichten, de foto’s of de dronebeelden, maar het gevoel dat het onderweg langzaam stiller wordt in mijn hoofd. De drukte van werk, verantwoordelijkheden, mantelzorg, alle dingen die normaal gesproken voortdurend aandacht vragen, verdwijnen stap voor stap naar de achtergrond. De berg dwingt mij bijna om terug te gaan naar eenvoud. Ademhalen, klimmen, doorgaan, de steenbok in mij.
En juist dat heb ik soms nodig, even loskomen van alles wat altijd blijft draaien. Niet om ervoor weg te lopen, maar om weer ruimte in mijn hoofd te krijgen, een soort reset. En wanneer ik later weer beneden ben, merk ik hoe welkom dat gevoel eigenlijk is. Niet groots of spectaculair, maar precies genoeg voor nieuwe energie. Ik hou van de bergen!









Geef een reactie