Waar alleen de bergen tellen
Er zijn wandelingen die je van tevoren helemaal uitzoekt. Je bekijkt de route, het aantal kilometers en de hoogtemeters en denkt daardoor ongeveer te weten wat je kunt verwachten. Maar soms loopt zo’n dag toch anders dan je vooraf had gedacht en wordt een wandeling veel bijzonderder dan verwacht. Mijn tocht naar Bryndli Peak was precies zo’n wandeling.
Het begint in Mürren, vroeg in de ochtend als het nog heerlijk rustig is. Ik ben met de kabelbaan vanuit Stechelberg omhoog gekomen en zodra ik uitstap, geniet ik meteen van die frisse berglucht. Mürren zelf is op dit tijdstip nog lekker rustig. Geen verkeer of drukte, alleen de typische Zwitserse huisjes en chalets. En hotels, veel hotels, dat hoort er natuurlijk ook bij. Af en toe hoor ik wat stemmen van andere bezoekers, de wind en het geluid van voetstappen op het asfalt. In de verte klinkt ergens een koeienbel, waarschijnlijk van koeien die rustig in de ochtendzon op hun weide staan te grazen.
Het eerste deel van de wandeling begint nog rustig. Een breed pad loopt langzaam omhoog richting het bos. De zon schijnt tussen de bomen door en zorgt voor mooie lange banen licht op de grond. Ik loop zonder haast verder omhoog en geniet vooral van de rust om me heen. Af en toe hoor ik wat vogels, maar verder vooral mijn eigen ademhaling en het geluid van mijn schoenen tijdens het wandelen. Juist die rust vind ik altijd zo fijn aan wandelen in de bergen. Je hoort weinig, maar ondertussen is er genoeg om je heen om van te genieten.
Soms loopt het pad dwars over een steile helling. Het is daar smal, maar gelukkig wel goed begaanbaar. Even later loop ik weer door een stuk bos of kom ik langs een bergweide vol bloemen, waar het hoge gras rustig beweegt in de wind. En iedere keer als ik denk dat ik het mooiste uitzicht inmiddels wel heb gezien, word ik opnieuw verrast. Tussen de bomen door kijk ik diep het dal in en even verderop, achter een volgende richel, krijg ik weer een compleet ander uitzicht op de bergen om me heen.
Langzaam verandert het landschap. Het bos maakt steeds meer plaats voor open stukken en ineens heb ik weer vrij uitzicht op de bergen, diepe dalen en uitgestrekte bergweides om me heen. Voor me liggen de Eiger, Mönch en Jungfrau en het blijft iedere keer weer indrukwekkend om die drie bergtoppen naast elkaar te zien. Natuurlijk maak ik foto’s, maar hoe mooi die ook worden, ze laten nooit helemaal zien hoe het is om hier zelf te staan. Sommige uitzichten moet je gewoon met je eigen ogen gezien hebben.
Ik vervolg mijn tocht en op een gegeven moment zie ik Bryndli zelf liggen. Die piek heeft iets bijzonders. Geen enorme berg zoals de Jungfrau, maar juist een scherpe uitstekende top die tussen de andere bergen meteen mijn aandacht trekt. Vanaf daar verandert de wandeling behoorlijk. Eerst volgt nog een kleine afdaling langs een beekje en loop ik over wat natte stukken gras. Ik passeer een bruggetje en een berghut, maar daarna begint het echte werk.
Het pad begint steeds steiler te worden. Eerst merk ik het nog nauwelijks, maar al snel verandert de rustige wandeling in een echte klim. De bochten volgen elkaar sneller op en ik merk dat mijn ademhaling zwaarder wordt. Toch vind ik dat ook een van de mooie dingen van wandelen in de bergen. Op een gegeven moment ben ik niet meer met allerlei andere dingen bezig en gaat alle aandacht naar het wandelen, ademhalen en doorgaan. Juist tijdens zo’n klim merk ik dat het steeds rustiger wordt in mijn hoofd.
Het pad wordt ondertussen smaller en rotsachtiger. Op sommige stukken zijn het meer uitgesleten richels dan echte wandelpaden en slingert de route verder omhoog langs de berg. Ik stop steeds vaker even, natuurlijk om op adem te komen, maar ook om achterom te kijken en van het uitzicht te genieten. Hoe hoger ik kom, hoe verder ik het dal in kan kijken. De bergen, de blauwe lucht en af en toe een wolk die langs een van de toppen trekt, het blijft geweldig om te zien. Hoe zwaar de klim soms ook is, dit zijn precies de momenten waarvoor ik hier wandel.
Hogerop kom ik bij de eerste staalkabel langs een steil stuk van de rotswand en even later volgt er nog één. Ik gebruik mijn handen steeds vaker om verder omhoog te komen. Op sommige stukken zijn kleine treden uit de stenen gehakt en op andere plekken liggen houten balken om wat meer grip te krijgen. Vanaf hier moet ik echt goed opletten waar ik mijn handen en voeten neerzet. Gedachteloos verder wandelen zit er niet meer in. Alle aandacht gaat naar de route en naar het veilig zetten van de volgende stap.
Vlak voor het laatste stuk staan twee bankjes bij een splitsing, een plek waar veel wandelaars waarschijnlijk even gaan zitten. Ik kijk ernaar, maar besluit toch door te lopen. Niet omdat ik haast heb, maar omdat ik op dat moment lekker in mijn ritme zit en dat niet wil onderbreken. Het laatste deel wordt steeds smaller, steiler en ruiger. Ik loop tussen boomwortels, rotsen en losse stenen, met aan de ene kant het laatste stukje bergwand en aan de andere kant de diepte. Het is behoorlijk intensief, maar nergens voelt het voor mij onveilig. Ik weet inmiddels dat ik er bijna ben en wil vooral door naar de top.
Dan kom ik bij het laatste smalle stuk over de rotsen. Er hangt een staalkabel en er zitten een paar metalen pennen in de rotsen, genoeg voor houvast om veilig op de top te komen. Naast me kijk ik behoorlijk de diepte in. Ik weet nog goed dat ik daar even stilstond en om mij heen keek. Niet omdat ik bang was, maar vooral omdat ik me op dat moment heel goed realiseerde waar ik stond en waar ik zojuist omhoog was geklommen. Vanaf hier zijn het nog maar een paar stappen, één laatste stukje omhoog.
En dan sta ik er.

De top van Bryndli Peak is klein en behoorlijk smal, maar wat een plek om te staan. Er staat een bankje en een groot metalen kruis met daarbij een logboek in een verweerde doos. Natuurlijk blader ik daar even doorheen en zie ik de namen en berichten van mensen die hier voor mij op de top hebben gestaan. Om me heen is het heerlijk rustig en het uitzicht op de bergen is werkelijk geweldig.
Ik laat de drone de lucht in en pas dan zie ik op het scherm hoe klein die top eigenlijk is. Daar sta ik dan, midden tussen al die enorme bergen. Dat blijft toch een bijzonder moment en is precies waarom ik de drone zo graag meeneem tijdens dit soort wandelingen. Vanaf de grond is het uitzicht al geweldig, maar vanuit de lucht zie je pas echt op wat voor bijzondere plek je staat.
Ik blijf daar een tijdje zitten en kijk richting de Jungfrau en de Schilthorn, waar ik ook nog graag eens naartoe wil wandelen. Maar dat is voor een andere keer. Op dit moment hoef ik eigenlijk helemaal niets. Gewoon zitten, om me heen kijken en genieten van de rust en de bergen. Dat zijn voor mij de echte geluksmomenten tijdens dit soort wandelingen. Even nergens anders mee bezig zijn en vooral genieten van de plek waar ik op dat moment ben.
De terugweg loopt over een smalle bergkam en ook hier blijf ik genieten van het geweldige uitzicht. De lucht is helderblauw, de zon schijnt en af en toe liggen er nog wat sneeuwresten langs het pad. Langzaam daal ik weer af richting Mürren. Inmiddels begin ik de kilometers behoorlijk in mijn benen te voelen, vooral op de steilere stukken naar beneden. Toch vind ik het ergens ook jammer dat de wandeling bijna voorbij is. Ik ben moe en kijk uit naar Mürren, maar tegelijkertijd zou ik hier nog best wat langer willen blijven.
Terug in Mürren lijkt er sinds die ochtend eigenlijk niets veranderd. De chalets staan er nog precies hetzelfde bij, mensen lopen rustig door het dorp en ergens hoor ik opnieuw een koeienbel en het geluid van een vertrekkende kabelbaan. Toch voelt het voor mij anders dan toen ik hier vanmorgen aan de wandeling begon. Ik ben moe en voel de kilometers in mijn benen, maar in mijn hoofd is het vooral heerlijk rustig.
En misschien is dat uiteindelijk wel waarom ik dit soort tochten zo graag maak. Natuurlijk voor het geweldige uitzicht, de foto’s en de dronebeelden waar ik later nog vaak naar terugkijk. Maar vooral omdat ik tijdens zo’n wandeling even nergens anders mee bezig hoef te zijn. Gewoon wandelen, genieten van de bergen en alles wat ik onderweg tegenkom. Na zo’n dag kom ik moe terug, maar tegelijkertijd geeft het me ontzettend veel nieuwe energie. En juist daarom weet ik iedere keer weer waarom ik zo graag de bergen in ga.









Geef een reactie