Deze overdenking, deze gedachte, speelt al wat langer door mijn hoofd. Eerst nog een beetje op de achtergrond, maar de laatste tijd steeds vaker. Er is een datum waar ik naartoe leef, maar eigenlijk merk ik al veel langer dat er iets aan het veranderen is.
Dat gevoel dringt zich niet echt op, maar het komt wel steeds vaker terug. Soms zomaar, op een rustig moment, of in een gedachte waar je wat langer bij blijft hangen dan vroeger. Je merkt dat er langzaam iets aan het veranderen is. Niet omdat je daar bewust voor kiest, maar gewoon omdat het zo loopt. En het heeft eigenlijk niets te maken met pensioenpotten, leeftijden of berekeningen. Het zit meer in kleine dingen die je steeds vaker opvallen. Tot je op een gegeven moment beseft dat je al een tijdje met dat gevoel rondloopt: dat er langzaam een andere fase van je leven begint.
Wat me als eerste opvalt, is dat vermoeidheid anders is gaan voelen. Moe zijn na een lange fietstocht of een stevige klim in de bergen, dat ken ik. Dat is een fijne vermoeidheid. Je hebt iets gedaan, je voelt het in je lijf en het geeft voldoening. Na een goede nacht slapen ben ik meestal weer fit. Maar dit voelt anders. Soms is die vermoeidheid er al voordat de dag goed en wel begonnen is. Niet omdat het werk ineens zoveel zwaarder is geworden, maar omdat het me meer energie lijkt te kosten dan vroeger. Dingen waar ik ooit energie van kreeg, vragen nu juist energie. Ergens las ik eens dat het iets zegt wanneer je dingen niet meer vanzelf doet, maar vooral op uithoudingsvermogen. Dat bleef bij me hangen, omdat ik het herken. Mijn hoofd kan nog van alles willen, maar mijn lichaam vertelt soms een ander verhaal.
Daarnaast merk ik dat ik zelf veranderd ben, terwijl het werk eigenlijk nog grotendeels hetzelfde is. De taken zijn vertrouwd, net als de gesprekken, de collega’s en veel van wat er iedere dag gebeurt. En toch voelt het voor mij anders dan vroeger. Niet verkeerd of negatief, maar gewoon minder passend. Alsof ik onderweg veranderd ben, terwijl mijn rol voor een groot deel dezelfde is gebleven. Soms denk ik bij iets: dit heb ik al zo vaak gedaan. Niet uit onwil of omdat het me niets meer interesseert, maar omdat het me minder brengt dan vroeger. Misschien is dat ook gewoon wat er gebeurt: dat het werk en ik elkaar langzaam een beetje aan het ontgroeien zijn.
Tegelijkertijd merk ik dat andere dingen belangrijker voor me worden. Vroeger was ik vooral bezig met doelen, stappen zetten, iets opbouwen en mezelf bewijzen. Nu zoek ik het steeds meer in andere dingen. Een rustige ochtend, een wandeling zonder op de tijd te letten, tijd doorbrengen met de mensen om me heen. En vooral ook de dingen doen waar ik zin in heb, nu ik daar nog de tijd en energie voor heb. Het is niet zo dat alles ineens anders is. Het verandert langzaam. Maar als ik eerlijk ben, merk ik wel dat de manier waarop ik mijn leven nu heb ingericht daar nog niet helemaal bij past. En juist dat begint steeds meer te wringen.
En dan is er mijn lichaam, waar ik het net al over had. Ook dat laat steeds vaker van zich horen. Spanning die niet zomaar verdwijnt, nachten waarin ik slaap maar niet altijd echt uitrust. Of dat gevoel op zondagavond, wanneer mijn hoofd eigenlijk alweer met maandag bezig is. Hard werken heb ik nooit erg gevonden. Sterker nog, ik heb er altijd veel voldoening uit gehaald. Maar ik merk ook dat daar ergens een grens ligt. Dat de druk niet altijd meer verdwijnt na een vrije avond of een goed weekend, maar soms gewoon blijft hangen. Dan kost het werk me meer dan ik ervoor terugkrijg. Dat vind ik lastig om toe te geven, juist omdat hard werken altijd zo vanzelfsprekend voor me is geweest. Maar ik kan ook niet doen alsof ik die signalen niet merk.
Misschien zit het duidelijkste signaal wel in wat ik steeds vaker voor me zie. Het gaat niet zozeer om wat ik achter me wil laten, maar om waar ik naartoe wil. Met een campertje naar Noorwegen bijvoorbeeld. Dat is iets anders dan na een drukke week denken: ik wil hier even weg. Dat gevoel kennen we allemaal en meestal gaat het ook weer voorbij. Maar dit blijft terugkomen. Ik denk steeds vaker aan dagen met meer ruimte, mijn eigen tijd indelen en tijd hebben voor de dingen en mensen die ik belangrijk vind. Het is ook niet meer zomaar een mooie gedachte voor later. Langzaam begint het steeds concreter te worden. En als zo’n verlangen blijft terugkomen, ook op gewone dagen waarop er eigenlijk niets aan de hand is, dan zegt dat misschien genoeg. Dan is het meer dan alleen even ergens anders willen zijn.
Als ik alles zo bij elkaar neem, merk ik dat het niet meer om een paar losse dingen gaat. De vermoeidheid die blijft, het werk dat me minder brengt dan vroeger, andere dingen die belangrijker voor me worden, mijn lichaam dat vaker van zich laat horen en dat verlangen naar meer vrijheid en eigen tijd. Misschien zegt ieder ding op zichzelf niet zoveel, maar bij elkaar kan ik er moeilijk omheen. Er is iets aan het veranderen. Niet omdat er iets mis is, maar omdat ik zelf op een ander punt in mijn leven ben gekomen. En misschien hoef ik daar ook niet meteen een antwoord op te hebben. Het begint ermee dat ik het zie, het serieus neem en er niet langer zomaar aan voorbijga.
Straks gaat het voor mij dus niet om stoppen omdat het moet. Het gaat er meer om dat ik op tijd herken wanneer iets genoeg is geweest. Dat ik eerlijk naar mezelf kijk en me afvraag of de manier waarop ik nu leef en werk nog past bij wie ik inmiddels ben. Daar hoef ik niet mee te wachten tot het moment daar is. Misschien is juist nu het goede moment om mezelf die vraag te stellen.
En misschien voelt het straks ook helemaal niet als een einde, maar gewoon als het begin van iets anders. Als het loslaten van iets wat lange tijd bij mijn leven heeft gehoord en waar ik met een goed gevoel op terug kan kijken. Niet omdat ik ervan weg wil, maar omdat er ruimte komt voor andere dingen. Voor meer vrijheid, meer tijd en vooral voor alles waar ik nu nog naar uitkijk.









Geef een reactie